“Het is iets heel Oostends om niet snel onder de indruk te zijn”
Frontzanger van The Van Jets Johannes Verschaeve vervelde een aantal jaar geleden tot soloartiest Johannes Is Zijn Naam. Lola Obasuyi Van Acker won in 2016 The Voice. Op het eerste zicht hebben ze weinig met elkaar gemeen: ja, ze zijn van Oostende afkomstig en maken allebei muziek. Maar andere genres, een andere generatie. Toch blijkt dat er heel wat overeenkomsten zijn tussen de beide muzikanten. Een gesprek over de tijd verliezen in de muziekstudio van De Grote Post, alleen muziek maken en de andere kant van de roem. “Echt spelen, daar komt het op neer.”
Twee Oostendse muzikanten, die hebben dus een band met De Grote Post: “Met The Van Jets hebben we onze laatste plaat opgenomen hier in de muziekstudio”, zegt Johannes. “Ik heb daar lang in een soort van quarantaine gezeten, want je bent er helemaal weg van de wereld.” Lola is momenteel haar EP aan het opnemen. “Als je zegt dat je van Oostende bent, staan ze direct achter je. Daarom heb ik hier wat rondgevraagd en ben zo bij het OHK uitgekomen. Dankzij hen en De Grote Post ben ik nu mijn EP aan het opnemen, neosoul zal het worden. Héél spannend.”
Lola, jij won The Voice tien jaar geleden.
Lola “Klopt. Toen was ik 19. Het heeft wat lang geduurd, maar nu ben ik mijn eigen ding aan het doen.”
Johannes “Dat maakt niet uit. Soms loopt het zoals het loopt.”
Lola “Het is dat het zo moest zijn. Ervaring opdoen, bekomen ook.”
Johannes “Moest je daarvan bekomen? Wat heeft dat allemaal veroorzaakt?”
Lola “Ik kreeg een jaarcontract met twee singles en ik moest een jaar lang optreden. Dat was helemaal mijn ding niet. Ik was nog maar 19 en heel verlegen. Ik moest mezelf altijd maar forceren, tot ik op een bepaald moment besefte dat ik niet meer kon. Boeken toe, lichten uit. Mijn studies ben ik toen ook gestopt. Als ik er aan terug denk… oké, ja, het was heftig, maar nu weet ik wel heel goed wat ik wil.”
Johannes “Die wedstrijd winnen, dat hebben we gemeen. Met The Van Jets hebben we Humo’s Rock Rally gewonnen. Dat was anders, want het was het circuit waarin ik wilde zitten. Voor ons was het een wipplank vanjewelste. Overrompelend, maar ik was jong genoeg om het allemaal te ondergaan. Nog meer uitgaan, optredens, nog meer laat opblijven en nog meer mayhem. De slag van de hamer heb ik pas gekregen nadat we uitgetourd waren met het eerste album. Daarna voelde ik de druk om een tweede plaat te schrijven. En de grootste vijand om te kunnen creëren is druk. Ik heb dat nog meermaals gevoeld, maar daar heb ik ook uit geleerd.”
Hoe gingen jullie om met die plotse bekendheid?
Johannes “Op het podium speelde ik een rol. Ik was een heel timide jongen, maar daar paste het. Een frontman die met zijn kin omhoog staat, een rock-’n-roll-attitude, een speelse branie. En we werden niet op straat aangeklampt, maar plots word je wel een publiek persoon.”
Lola “Ik vond dat verschrikkelijk. Na The Voice heb ik echt pleinvrees ontwikkeld. Ik had het gevoel dat er iemand mij constant aan het observeren was. Die persona zoals jij zegt, Johannes, vond ik heel moeilijk. Ik probeerde het wel, maar wist niet wie ik moest zijn. Het was ook een rollercoaster; heel Oostende stond achter me. Mijn hoofd stond aan het Kennedyrondpunt: stem op Lola!”
Johannes “Het is wel iets Oostends om niet per se onder de indruk te zijn van dat hele gedoe. Oostende heeft altijd wel iets gehad van: wat er in het binnenland gebeurt, pff, belangrijk. Wij zitten met onze rug naar ginder, blik op de zee. Een soort van je m’en fou-tisme. Dat heeft mij ook wel geholpen. Ik hoor dat bij jou ook. Een soort gezonde: doe maar normaal. (lacht)
Vinden jullie Oostende een goede stad om muziek te maken?
Lola “Ik wel. Al ben ik nog maar in de beginfase natuurlijk.”
Johannes “Bij mij is dat moeilijk omdat ik al zo lang in Gent woon. Oostende heeft mij maar geclaimd na de overwinning. Ik ben naar Gent vertrokken toen Oostende braakliggend terrein was. Er was hier niks. Oostende had een marginale naam.”
Lola “Toch nog altijd een beetje. Als ik zeg dat ik van Oostende ben, krijg ik soms blikken…”
Johannes “Ik ben wel trots dat Oostende ondanks het opkalefateren, nog altijd een stad met een randje is.”
Wat is jullie band met De Grote Post?
Johannes “Mijn hele jeugd zag ik hier door de stoffige ramen bouwafval liggen. Ik ben hier ooit nog met mijn moeder geweest toen de post nog de post was. Ik vond het fantastisch om hier ons laatste album af te werken. Een kans om uit te waaien. En dat Oostendse zit nog altijd in mij in de zin dat ik lak heb aan wat hip is of belangrijk hoort te zijn. Ik moet wel toegeven dat ik niet meer mee ben met de muziekscene die er vandaag is. Vroeger wel, al was dat altijd veel meer rock, punk, metal.”
Lola “Het is hier wel nog altijd vooral rock, heb ik het gevoel. Maar wel veel meer muzikanten dan pakweg tien jaar geleden. Mensen durven sneller in de scene te stappen. Het groeit. Er wordt veel georganiseerd voor niche artiesten heb ik de indruk. Het staat zeker nog in zijn kinderschoenen maar het is wel heel nice om in deze fase hier te mogen werken.”
Hoe is het nu om muziek op te nemen, Lola?
Lola “Heel bevrijdend. Ik krijg alle ruimte om te doen wat ik wil.”
Johannes “Ik doe nu ook bijna alles alleen. Het is soms eenzaam, maar het maakt wel dat je heel diep kunt afdalen in een soort concentratie die wonderen doet. Ik huur een ruimte van een vriend in Gent. Ik zit in mijn microkosmos. Iets tussen een slaapkamerstudio – wat ik heel gewoon ben van thuis, gewoon wat tokkelen op mijn bed – waar er iets heel intiem en onschuldigs ontstaat en een grote studio. Ik vond dat ook moeilijk. Alles was daar plots belangrijk, het klinkt anders, er staat overal duur materiaal. Die rode knop van ‘recording’ … Met mijn soloproject denk ik: ik maak gewoon veredelde demo’s. In een grote studio kan je niet losjes spelen.”
Lola “Eigenlijk is het letterlijk dat: spelen. Wat ik nu doe, is spelen. Prutsen. Testen, wissen, iets opnieuw doen. I love it.”
Johannes “Ik denk dat je dat ook hoort in een opname, onbewust misschien. De attitude waarmee je iets maakt, kruipt in de muziek.”
Lola “Ik ben geen showverkoper. Het zit niet in mij. Vroeger dacht ik: ik zing graag, maar ik treed niet graag op. Nu weet ik dat ik eigenlijk wel graag optreed, maar hoe ik het wil doen. Niet te veel tralala. Niet te veel praten tegen het publiek, want daar ben ik ook niet goed in (lacht). Maar ik push mezelf daar wel in, hoor. Daarom zit ik nu ook in een coverband die funk en disco speelt. Mijn exposure therapy.”
Johannes “In je solo-act vind ik niet dat je iets moet zeggen. Zelf schakel ik over op een soort absurdistische impro en dan zie ik wel waar het me brengt. Maar dat is ook een soort act. Ik hou van artiesten die een soort mysterie behouden… Show verkopen hoeft niet, ga op in je nummers en je muziek. Dat is het beste.”
Waar dromen jullie nog van?
Lola “Ik zou graag een eigen band hebben. En er de rest van mijn leven mee toeren. Dat hoeft niet op grote podia. Ik heb niet het gevoel dat je op een groot podium moet staan om een succesvolle muzikant te zijn.”
Johannes “Zo matuur! Normaal dromen muzikanten altijd van groeien, groeien. Ik droom gewoon dat ik nog lang kan spelen. Blijven prutsen. Een oeuvre nalaten, dat is nu mijn doel. Met The Van Jets heb ik genoeg applaus gekregen en grote podia gedaan. Ik ben verzadigd en denk nu: ik wil gewoon een soort semi-homerecording artist zijn. Verder heb ik geen bucket list. Ik denk nooit ver vooruit, zo zit ik niet ineen. Ik ga in op mijn tijdelijke obsessies. Dat leidt me als een hond in het bos langs een spoor, ik zie gewoon het spoor en kijk niet waar het bos ophoudt.”
Lola “Ik droom ook nog van mijn EP uitbrengen. (lacht) Ik heb mezelf een deadline gegeven: 3 juni.”
Johannes “Je moet het ook tijd geven om het te laten sudderen. Een deadline zorgt dat je ergens naartoe werkt maar je moet ook de nummers laten rijpen.”
Lola “I love it. Vorige week had ik echt kriebels in mijn buik toen ik rondkeek en besefte: dit is wat ik wil.”
De weg ernaartoe was anders, maar de bestemming lijkt dezelfde: muziek spelen op hun eigen voorwaarden. Met een echte Oostendse hoek af.